Flickr/Arlington County

Zo ziet een dag uit het leven van Hattie (22) met OCD eruit

Onrust. Dat is wat iemand met OCD (obsessieve compulsieve stoornis) voelt. Maar dat is een hele korte samenvatting. In meerdere woorden: iemand met OCD heeft meer dan uur per dag last van dwanggedachten en/of dwanghandelingen, zoals eindeloos je handen wassen of constant checken of je portemonnee nog in je zak zit. Omdat het bijna niet voor te stellen is hoe het is om dag in, dag uit met deze dwang te leven, heeft de Engelse Hattie (22) een dag lang haar gedachten en handelingen bijgehouden. “Ik wil laten zien dat ik me niet aanstel.”

Als je OCD hebt, werkt het waarschuwingssysteem in je hersenen niet goed. Je hersenen vertellen je dat je in gevaar bent terwijl dat niet zo is. OCD wordt weleens vergeleken met jeuk. Niet de meest voor de hand liggende vergelijking zou je denken, maar niets is minder waar. Jeuk is een onaangenaam gevoel, waar je soms niet aan kan stoppen met denken totdat je hebt gekrabd. Maar iedereen die weleens een muggenbult heeft gehad, weet dat door te krabben de jeuk niet altijd weggaat en zelfs erger wordt. Hetzelfde geldt voor een handeling bij OCD: op de korte termijn geeft het opluchting, maar op de lange termijn wordt de obsessieve onrust er alleen maar erger door.

“Twee jaar geleden werd bij mij de diagnose OCD gesteld”, vertelt Hattie. “Constant checken, bang zijn voor besmetting en opdringerige gedachten spelen een grote rol in mijn dagelijks leven. Ik besloot ze op te schrijven zodat mensen eindelijk inzicht krijgen hoe het is om met deze psychische stoornis te moeten leven.”

Zondag 12 november 2017

10:20 uur: Ik word iets later dan normaal wakker, maar dat is niet erg. Ik hoef pas over twee uur bij mijn moeder te zijn.

Ik kijk ernaar uit, maar toch heb ik een angstig gevoel diep van binnen dat er iets verschrikkelijks gaat gebeuren.

11:00 uur: Ik moet nu echt uit bed komen en besluit in bad te gaan. Dan komen de gedachtes. ‘Je moet je handen wassen voordat je in bad gaat, anders was je jezelf in vies water.’ Ik was mijn handen, maar terwijl ik dat doe, raak ik met mijn handen per ongeluk de zijkant van de gootsteen aan. ‘Je moet ze opnieuw wassen, want anders was je je hele lichaam met vieze handen.’

Ik stop niet met wassen tot ik mijn handen zestien keer heb gewassen. Vier sets van vier keer. Ik weet niet waarom, maar sinds ik een klein meisje ben, is vier altijd al het nummer geweest waarbij ik me het best voelde. In tegenstelling tot nummer drie. Ik haat nummer drie, het maakt me oncomfortabel. Vraag me niet waarom, maar ik heb mezelf ervan overtuigd dat als ik iets maar drie keer doe – of dat nou een lichtschakelaar aan of uit doen is, of een zin in een boek lezen – dat er iets verschrikkelijks zal gebeuren.

Lees ook: Cyberchondrie: symptonen googelen die ‘opeens’ leiden tot ernstige ziektes

11:20 uur: Ik ga in bad. Elke keer als ik een lichaamsdeel heb gewassen, moet ik mijn handen weer vier keer wassen. Dat kost zeeën met tijd en zorgt ervoor dat mijn handen ruw zijn.

12:30 uur: Ik ben gewast en aangekleed. Het heeft me dit keer maar een uur en tien minuten geduurd. Ik voel me nerveus. Dat komt waarschijnlijk omdat ik zo met de auto naar mijn moeder moet rijden. Als ik achter het stuur zit, krijg ik dwanggedachtes. Dat ik mijn ogen dicht moet doen of dat ik mijn handen van het stuur moet halen. Dat ik moet riskeren tegen een boom te rammen, omdat er anders iets afschuwelijks gebeurt met iemand van wie ik houd.

Natuurlijk geef ik nooit toe aan mijn dwanggedachtes, maar het zorgt er wel voor dat ik constant denk dat een geliefde zal worden mishandeld of verkracht. Het zorgt ervoor dat je je een slecht persoon voelt.

13:00 uur: Ik had een kwartier geleden moeten vertrekken, maar ik check of er niets ergs zal gebeuren in mijn flat als ik weg ben. Ik check de kranen in de badkamer om er zeker van te zijn dat er geen overstroming zal zijn. Ook check ik mijn laptop oplader en oven zodat er geen brand kan ontstaan.

En dan doe ik alles nog een keer en nog een keer. Gewoon voor de zekerheid.

13:45 uur: Mijn vriend en ik komen aan bij mijn moeder en ik doe de auto op slot. Ik moet vier keer terug naar mijn auto om te checken of er onderweg niets belangrijks uit mijn jaszak is gevallen.

17:00 uur: We zijn wat wezen drinken in de pub. De hele middag gaat het wel, door alle mensen om me heen word ik afgeleid van mijn gedachtes. Thuis beginnen mijn moeder en ik aan het avondeten. Ze vraagt of ik de groentes wil snijden. In de badkamer zorg ik ervoor dat mijn handen volledig schoon zijn. Anders besmet ik straks het eten en wordt iedereen door mijn toedoen ziek.

17:45 uur: Ik krijg ruzie met mijn moeder als we aan het avondeten beginnen. Mijn stuk lam heeft veel vet. Ik denk dat het me ziek zal maken en het stuk vlees heeft alles op mijn bord aangeraakt. Ik vraag om een nieuw bord, maar dat maakt mijn moeder boos.

19:05 uur: Na het eten rijden we gelijk naar huis. Ik parkeer mijn auto acht keer, zodat ik zeker weet dat hij recht staat. Dit maakt mijn vriend elke keer chagrijnig, maar hij laat me mijn gang gaan. Daarna sluit ik de deur vier keer. Ik herhaal dit met alle deuren, zodat er niet ingebroken zal worden.

Lees ook: Natasha’s (23) dagboek laat zien hoe het is om een schizofrene vriend te hebben

20:00 uur: We kijken een aflevering Stranger Things. Dat duurt ons twintig minuten langer dan normaal, omdat ik de dwang voel om hem af en toe terug te spoelen. Daarna was ik mijn handen vier keer om snacks voor te bereiden. Als ik het licht uitdoe, besef ik dat mijn handen nu weer vies zijn omdat ik het lichtknopje heb aangeraakt. Ik was ze nog een keer en droog ze af met een handdoek. Dan realiseer ik me dat het geen schone handdoek is. Ik was mijn handen en laat ze drogen in de lucht.

23:00 uur: We gaan naar bed. Ik ben doodmoe. Ik moet van mezelf mijn tanden poetsen, omdat ik anders ziek word. Maar dat betekent wel dat het handen wassen en kranen en lichten checken weer helemaal opnieuw begint.

“Sommige dagen zijn de dwanggedachtes nog erger”, legt Hattie uit. “Andere dagen minder. Soms kom ik het huis niet eens uit, omdat de obsessies en dwanghandelingen het niet waard zijn. Ik hoop dat mensen zich gaan inzien dat mensen met OCD zich niet aanstellen. Als ze de stoornis wat beter zouden begrijpen, zouden misschien meer mensen hulp durven zoeken.”