Foto: Unsplash

Waarom een sloddervos zijn niet alleen maar negatief is

Zoeken naar twee dezelfde sokken. De hele ochtend je sleutels kwijt zijn. Alweer je oplader op je werk vergeten. Minutenlang naar dat ene shirt speuren dat toch echt ergens in die uitpuilende kledingkast moet liggen. Herkenbaar? Dan word je vast wel vaker dan eens een sloddervos genoemd. Waarschijnlijk vat je dat niet per se op als compliment, maar eigenlijk zou je dat gewoon eens lekker wél moeten doen. Want hé: een beetje chaos is ook weleens lekker, en echt niet altijd slecht. Een ode aan de die hard sloddervossen! 

Slod·der·vos iemand die op grove wijze onordelijk is 

Het klinkt als een simpele definitie, maar in werkelijkheid is-ie wat complexer. Want niet iedere sloddervos is hetzelfde. Zo bestaan er types die het woord opruimen niet kennen: hun vloeren liggen bezaaid met kledingstukken en als ze besluiten dat ze daar weg moeten gaan ze onder het bed of opgefrommeld de kast in. Ziet er weer netjes uit, toch? Je hebt ook types die altijd alles kwijt zijn. Van pinpas tot fietssleutel, van oplader tot ov-pasje. Kwijt op momenten waarop het nét niet lekker uitkomt – waarop ze een trein moeten halen of tien minuten voordat dat belangrijke college begint. Er zijn ook types die floreren in rommel. Hoe meer rommel ze om zich heen hebben, hoe beter ze lijken te functioneren.  Je hebt nog ook de ietwat slonzige types. Die laten hun bergen vaat zonder pardon een paar dagen staan en pakken dat shirt met vlek erop gewoon nog een keer uit de wasmand als het moet.

Negatief?

Uiteindelijk is de gemiddelde sloddervos vooral een mengelmoesje van al dat bovenstaande, met meestal wat nadruk op één aspect. Zo ben ik vooral een sloddervos met opruimproblemen. Mijn moeder vroeg tot op de dag waarop ik uit huis ging of ik als-je-bliéft mijn jas wilde ophangen, of ik wilde zorgen dat er niemand over mijn schoenen struikelde en of ik wilde proberen om geen rampgebieden te creëren. Mijn standaardantwoord: “Ik beloof het, ik ruim het op!”. Niet dus. Sorry, mams.

Een sloddervos zijn klinkt vooral als iets negatiefs. Althans, dat vind ik altijd al. Niet alleen omdat ik er altijd voor op mijn kop kreeg, maar ook omdat opruimen sowieso de norm lijkt te zijn. Een strak bureau en een fijn georganiseerde kledingkast hebben: dat is hoe het hoort. Het is beter, niet alleen voor het oog, maar ook voor je hoofd. Dat krijgt in een opgeruimde omgeving meer rust en overall word je daar een stuk gelukkiger van. En tuurlijk, dat zal voor sommigen ook wel echt zo zijn. Maar voor mij niet. Ik heb echt wel wát orde nodig, maar vooral ook en beetje chaos om me heen om echt op het hoogtepunt van mijn functioneren te zitten.

Ik zie orde in chaos

En juist van orde word ik juist een tikje chaotisch. Volg je het nog? Ik leg het even uit. Mijn sleutels leg ik op het plankje boven tafel, mijn afstandsbediening ligt meestal onder mijn bed en mijn schoenen gooi ik altijd onder mijn bureau. Niet per se de meest logische plekken om dingen op te bergen, dat geef ik eerlijk toe. En fine, soms kan ik mijn sleutels ook even niet vinden, maar ik weet wel echt zeker dat ik ze in de buurt van de tafel heb gelegd. Uiteindelijk komen ze altijd tevoorschijn. Oké, op het eerste gezicht is mijn kamer misschien een enorme chaos, maar er zit echt wel orde in. Alleen zul jij die waarschijnlijk niet zien, en ik wel. Dat is een talent. Ik bedoel: orde in chaos zien, dat is toch knap?

Mijn slordigheid maakt me productief

Als je jouw bureau al rommelig vindt, dan wil ik best eens dat van mij laten zien. Dát is pas rommelig. Op mijn werk doe ik mijn best het niet teveel uit de hand te laten lopen, want daar heb ik twee buren. Maar thuis ligt het vol met post-it’s, honderden pennen, verdwaalde nietjes, nagellak. En laat mij maar lekker stukjes typen achter zo’n bureau, daar doe je me het grootste plezier mee. Juist achter een clean en opgeruimd bureau komt er niets uit mijn vingers. Het klinkt misschien als een slap excuus voor een rommelig bureau, maar niets is minder waar: volgens onderzoekers stimuleert de wanorde van zo’n bureau je om efficiënter te werken en creatieve oplossingen te zoeken voor je problemen. Juist als dingen er niet zo stijf bij staan kun je die creativiteit beter de vrije loop laten gaan.

Rommel is ook weleens mooi

Een glazen waterfles uit Curaçao, een gelukspoppetje, een heel bijzondere lippenstift, een door oma volgekliederde kaart, een zeepje uit dat mooie hotel in Barcelona. Het slingert allemaal rond in mijn kamer. Ja, dat maakt ‘m wat rommelig. Nutteloos? Mhm, een beetje. Troep? No way! Het zijn stuk voor stuk mini-herinneringen aan dingen die ik het afgelopen jaar heb meegemaakt. Ik word er happy van als ik er naar kijk, omdat ik dan in één keer een stuk dichter bij die herinnering of persoon kom in mijn hoofd. Dus waarom zou ik ze in een grote doos proppen? Daar heb ik ze toch niet voor gekregen, gekocht en mee naar huis genomen?

Ik kan dingen makkelijk loslaten

Ik ben in staat om (tot op zekere hoogte natuurlijk) door mijn rommel heen te kijken – iets wat ik hoe dan ook niet van mijn moeder heb. Het kan me gewoon niet zoveel schelen. Ik stap wel over die berg kleren heen en een keer struikelen neem ik ook wel voor lief. En ik kan me ook niet zo druk maken om hoe anderen erover denken. Ik heb wel andere – betere – dingen te doen. Zolang ik er voor zorg dat mijn slordigheid niet teveel invloed heeft op mijn werk of op mijn vrienden, is er volgens mij niets aan de hand. Prioriteiten stellen, dus. Dat kan de sloddervos wel.

Wil je op de hoogte blijven? Volg ons ook op Instagram en Facebook.