Unsplash

Waarom ik nooit in Amsterdam zou willen (en kunnen) wonen

Amsterdam: veel van mijn (Brabantse) vrienden hebben er al weleens even gewoond, en allemaal hebben ze een duidelijke mening over de stad. Sommigen vinden het geweldig, multiculti en lekker levendig en tellen maandelijks honderden euro’s neer om er nu nog te kunnen wonen. Anderen zijn gevlucht, na een poos een kamer onder te hebben gehuurd, en gingen verschrikt terug naar het kleinere, ‘veel gezelligere’ Utrecht. Ze moeten zelfs spontaan overgeven als iemand er nog over begint. En ik? Ik was er na drie maanden ook weer weg. Ooit was het mijn allergrootste droom om in Amsterdam te wonen, maar toen ik er eenmaal zat spatte die keihard uit elkaar. Waarom?

De ongeschreven fietsregels

Waarvan de allerbelangrijkste is: wie het hardst fietst krijgt voorrang. Ik weet zeker dat iedereen die regelmatig de hoofdstad door crosst er zo over denkt. Snap ik ook wel: je moet wat op zulke drukke fietspaden, onoverzichtelijke weggetjes en bruggen waar je met een vaart vanaf racet. Continu op je remmen gaan staan werkt gewoon niet, weet ik nu. Het is overigens precies wat ik wél deed, de eerste week. Na die week investeerde ik in een dikke fietsbel, schrok ik van mezelf toen ik hardop mopperde op de sloom fietsende toeristen voor me en begon ik, tegen de regels al te fietsen, voordat de spoorboom van de brug weer openstond, want dat doet iedereen. Kortom: ik werd een groot stuk trappend ongeduld op een gammele fiets. Terug in Brabant trap ik me nog steeds een ongeluk, erger ik me nog steeds aan naar mijn idee te langzaam fietsende mensen en bel ik nog steeds hysterisch naar alles en iedereen. Dat heb ik geleerd in Amsterdam, en dat leer ik ook niet meer af ben ik bang.

De overkill aan geluiden

Rinkelende trams, knetterharde sirenes, joelende mensen: als je al je hele leven in Amsterdam woont hoor je het waarschijnlijk niet eens meer. Vind je de geluiden bij Amsterdam horen. Weet je niet beter. Ik deed er daarentegen geen oog van dicht. En diezelfde geluiden, plus tientallen vliegtuigen die zowat op mijn dak leken te landen, haalden me in de vroegste uren van de ochtend alweer uit mijn slaap. In Amsterdam maakte ik (veel te) korte nachten – nog steeds, want het blijkt geen kwestie van wennen te zijn. Nooit geweten dat ik zoveel behoefde heb om te slapen in stilte.

De overvolle parken

Hoe romantisch picknicken in het Vondelpark ook klinkt, ik sla liever over op een lekkere zomerdag. Want man, heel Amsterdam heeft dan ongeveer hetzelfde plan en binnen no-time zit het hele Vondelpark vol. Hutje mutje zit je op je kleedje, of bijna op het kleedje van iemand anders. Met je neus bijna ín de bbq van de buurman. Een hond jat zomaar je stokbroodje, en je bent middenin een potje badminton belandt en nu mag je om de minuut de shuttle uit je wijn vissen. Sommigen vinden misschien dat ik zeur, en (ik quote) “dat dat toch ook heel gezellig kan zijn”, maar ik vind dat niet. Zoals ik liever op een uitgestrekt strand in Zeeland lig in plaats van op het krappe strand in Scheveningen, lig ik ook liever in een rustig stadspark waar je ongegeneerd kunt dansen en de handstand kunt doen, dan in het volle Vondelpark.

De bijna dode duiven

Laat me dit uitleggen. Vogels zijn mijn lievelingsdieren. En ik vind het gezellig dat er zoveel van zijn in Amsterdam. Vooral de parkieten in het park vind ik top – ze geven het er een tropische twist. En die dikke stadsduiven die ’s ochtends flink zitten te koeren zijn ook fijn. Hoewel, precies diezelfde duiven bezorgen me dagelijks ook mini-hartaanvallen. Want ze zijn zó sloom en blijven, als er een tram, auto of scooter aankomt, gewoon chillen. En ik zie dat dan voor mijn neus gebeuren. Eigenlijk altijd ontkomen ze de laatste twee tellen aan een nare dood, en dan blijf ik achter met mijn hart in mijn keel.

De overdosis aan toeristen

Ik vind het tof dat zoveel mensen Nederland willen zien. Maar kom op, Nederland is toch meer dan alleen Amsterdam? Ooit vond ik de klungelende fietstoeristen en overenthousiaste Aziaten met selfiestokken schattig, maar vanaf het moment dat ik in Amsterdam ging wonen vond ik ze vooral vet irritant. Niet omdat ze zo lekker onwetend zijn en niet zo goed snappen hoe de stad werkt – dat snap ik ook nooit als ik in het buitenland ben. Kan ik ook overdreven lang staan turen naar Maps. Nee, ik vind het irritant omdat het er teveel zijn. En dat heeft, vind ik, een bepaalde invloed op de rest van de stad. Je kunt er gewoon niet omheen, en alles lijkt (en is) erop aangepast. Net als die tienduizend winkeltjes waar je magneten in de vorm van klompen en kilo’s vacuüm verpakte kaas koopt. Hoe kunnen al die winkels überhaupt winst maken?

De grootte

Iedereen is er, maar tegelijkertijd is er ook niemand. Daarmee bedoel ik dat hoeveel vrienden er ook in Amsterdam wonen, en hoe gezellig het ook klinkt als je iemand hoort zeggen dat-ie ook in Amsterdam woont: ik kom er gewoon nooit iemand tegen. Nooit! Niet in de supermarkt, niet in de tram, niet op het station, niet op het terras. Ik zou er gewoon een hele dag, wat zeg ik, hele week of maand zelfs, anoniem rond kunnen lopen. Gek is dat niet, want Amsterdam is huge, maar ongezellig vind ik het stiekem wel. Waar ik het vroeger superirritant vond om wéér iemand tegen te komen in de Ap kon ik er in Amsterdam een beetje naar verlangen.

De (onnodige) stressmood

Ja, klopt: iedereen moet naar zijn of haar werk, iedereen wil op tijd komen. Ook ik. Metro in, tram uit. Vergeten in te checken. Terug. Duwen, doorduwen, dan kan iedereen erbij. Ja hallo, nu kan er écht niemand meer bij. Gaat deze man er serieus nog in? Ja hoor. Geërgerde blikken. Met je neus in de kleffe zweetoksel staan van diezelfde gast. Dat je je tas niet van je rug hebt gedaan – sorry mevrouw. Wat is dat toch met Amsterdam? Waarom is het overgrote deel van de reizigers in de ochtendspits zo gestresst, zo kribbig, zo op zichzelf, zo super-intolerant? Er heerst dan een sfeer waar ik geen woorden voor kan vinden, maar waarvan ik weet dat meer mensen die sfeer voelen. En ik vind hem allesbehalve fijn, omdat ik weet dat het ook gewoon anders kan – buiten de Randstad bijvoorbeeld.

Wil je op de hoogte blijven? Volg ons ook op Instagram en Facebook.

Dit artikel werd al 26 keer gedeeld.