Foto: Unsplash

Een spoedcursus Nederlands: dikke middelvinger naar alle taalnazi’s

Kom je maar niet aan een baan omdat jouw sollicitatiebrief vol spelfouten staat? Word je de godganse dag verbeterd door je vrienden (aka taalnazi’s) omdat je een kei bent in het door elkaar halen van ‘als’ en ‘dan’? Wil je gewoon eens af zijn van al het gezeur? No worries, at your service! 😉

Iedereen maakt fouten

Het is helemaal niet erg als je af en toe een blunder maakt qua Nederlandse taal, het is echter voor jezelf gewoon ontzettend handig om het in één keer helemaal goed te doen. Dit is helemaal geen hogere wiskunde, je moet alleen even de regels op een andere manier uitgelegd krijgen. Dus plof op de bank, pak een zak chips, ga lekker onderuit zitten en leer.

Lees ook: Zou jij slagen voor de Nederlandse inburgeringstest? Test het! 

1. “Hahaha, dat kan ik veel beter als jij”

FOUT. Het verschil tussen als en dan is ontzettend simpel. Gaat het om een vergrotende trap? Gebruik ‘dan’. Gaat het om een vergelijking? Gebruik ‘als’.

Maak vervolgens de zin af zodat jouw zin helemaal een parel is. “Ik ben beter (dus een vergrotende trap) dan jij bent.” Je kunt nooit zeggen: “Ik ben beter dan jou bent.” Snap je ‘m? “Ik ben beter dan jij“, is dus correct.

2. “Is dat jou jas?”

FOUT. Het is eigenlijk heel simpel. Je schrijft altijd ‘jou’, tenzij het om een bezittelijk voornaamwoord gaat dat er meteen achter komt. In de zin hierboven is dat het geval met het woord ‘jas’. Het moet dus worden: “Is dat jouw jas?”. Bij de zin “Dit boek is van jou”, is er géén bezittelijk voornaamwoord achter ‘jou’ te vinden, dus die ‘W’ kun je in dat geval weglaten.

Foto: PexelsFoto: Pexels

3. Waar moet het trema staan bij zeeën?

I get you. Vroeger vertelde mijn Nederlands docente mij dat je een woord uit moest spreken en aan de klemtoon kon horen hoe een woord geschreven moest worden. Eén groot drama. Op een gegeven moment hoorde ik bijvoorbeeld in het woord ‘bacteriën’ helemáál geen klemtoon meer. Helaas maar waar is dit toch echt de beste manier. Lees het woord hardop voor mét een hele zin, dan kom je er wel uit. Dus:

  • Zit de klemtoon op de laatste lettergreep? Dan komt er altijd ieën in het meervoud (lees: knieën).
  • Zit de klemtoon niet op de laatste lettergreep? Dan komt er altijd iën in het meervoud (lees: koloniën).

Lees ook: Het belang van schrijven wordt volgens experts onderschat: 3 redenen

4. Zij gaan op vakantie naar Mallorca

Heel goed. Een derde persoon schrijf je altijd met zij en nooit met hun! “Hun willen een tv kopen” is net zo lelijk als het hebben van een kop vol rijpe puisten. Je gebruikt ‘hun’ vooral bezittelijk: “Zij hebben hun huiswerk gemaakt”.

5. Het meisje dat op dat hek zit

  • ‘De woorden’ verwijzen altijd naar ‘die’
  • ‘Het woorden’ verwijzen altijd naar ‘dat’

In de zin hierboven ‘het meisje dat op dat hek zit’, is dus correct, aangezien het om ‘het hek’ gaat.

Foto: PexelsFoto: Pexels

Wat moet je nog meer onthouden?

  • Het is erg belangrijk om af en toe in een lange zin een komma te gebruiken bijvoorbeeld tussen twee werkwoorden anders is het heel erg lastig lezen voor anderen en lijk je net een idioot en dat is het allerlaatste wat je wilt toch
  • ‘Zij’ richt zich op een persoon en ‘zei’ richt zich op het werkwoord zeggen. Het is dus: ‘Zij zei dat …’
  • Je ergert je aan iets of iets irriteert je. ‘Ik irriteer me aan de muur’ is dus fout.
  • Ook is het ‘Je beseft iets’ of ‘je realiseert je iets.’ Je kan dus niet zeggen: “Ik besef me dat ik fout zit…”, want dat is een contaminatie (dubbelop).
  • Alles in de derde persoon met het woord ‘wil’ is zonder T. Dus: ‘Jan wil naar de kapper’ is top.
  • Je schrijft ‘sowieso‘, nooit zowiezo, sowiezo of so wie so.
  • Moeite met de d’tjes en de t’tjes? Vervang het werkwoord gewoon door het woord ‘lopen’, dan hoor je vanzelf of er een T achter moet, ja of nee. ‘Het eten brandt (loopt) aan.

Wat je vooral moet onthouden is dat iedereen spel- en taalfouten maakt. Zo word ik ook nog in bijna al mijn artikelen verbeterd op het woord ‘teveel’ (“Rosan, je zegt toch ook niet ‘teweinig’?”). Maar uiteindelijk kun je zeggen wat je wilt: van die taalnazi’s leer je wel. 😉


Dit artikel werd al 128 keer gedeeld.