Foto: Unsplash

Altijd álles positief benaderen: heeft dat zin?

Nou, ík denk het niet. Dit artikel gaat over alle mensen die dat wel doen. Die veel te vaak ‘komt wel goed’ zeggen en iedere tegenslag als een overwinning zien. Ugh. En dit artikel is ook voor iedereen die daar, net als ik, moe van wordt, en niet zo goed tegen die onbeperkte shitload aan positiviteit kan. Simpelweg omdat het dingen helemaal niet altijd beter maakt: het is niet zomaar het antwoord op álles. 

Ja, positief denken kán helpen. Om iets wat even tegenzit te relativeren. Jezelf net wat meer zelfvertrouwen te geven – “Je gaat die presentatie gewoon rocken.” Een probleem af en toe eens te zien als een uitdaging. Om te focussen op wat al wel is gelukt, in plaats van wat nog niét. Om iets gewoon te proberen in plaats van te denken dat ’t toch niet lukt. Een beetje meer positiviteit kan je een flinke boost geven en soms kun je daar bergen mee verzetten – dat weet ik maar al te goed. Het glas mag best wel halfvol zijn.

Pinterest-quote ertegenaan gooien

Met bovenstaande maak ik alle positiviteitsgoeroes waarschijnlijk superblij. Maar hé, hallo, ik ben nog niet klaar. Luister even. Dat positieve denken slaat de andere kant op als je dingen gaat proberen te relativeren die belangrijk voor je zijn. Die impact hebben. Dingen waar je enorm boos of teleurgesteld over bent, of juist heel verdrietig, dingen waar je je zorgen om maakt – misschien slaap je er wel superslecht van. Fine, welke emotie jij hebt (of iemand anders heeft). Wat er gedaan of gezegd (of juist niét) ook oproept. Ik durf te zeggen dat als je er last van hebt, je moet weten dat je er niet zomaar een positieve Pinterest-quote tegenaan mag kwakken om daarna weer door te gaan.

Waarom niet? 

Nou. Omdat je je negatieve gevoelens en gedachten dan wegstopt, en dat werkt eigenlijk helemaal niet. Uit onderzoek blijkt dat wegstoppen er voor zorgt dat je er uiteindelijk langer mee rond blijft lopen. Bovendien kán het niet. Zo werkt je hoofd simpelweg niet. Dat heeft te maken met het principe van de roze olifant (als je tegen iemand zegt dat-ie niet meer aan een roze olifant mag denken, kan hij alleen nog maar daaraan denken).

En met het feit dat je je moet focussen op iets wat er niet is op dat moment. En iets aan de kant zetten wat er wel is: je gevoel. Je stapt eroverheen. Vet ongezond, toch? Vind ik wel. Het is in principe net zoiets als dagenlang hoofdpijn hebben en er lekker veel paracetamol tegenaan knallen, keer op keer. Werkt even, maar als ze zijn uitgewerkt voel je je nog altijd even rot. Meestal blíjf je niet je schouders ophalen, negeer je het niet: dan ga je naar de huisarts. 

Korte-termijn-medicijn

En zo werkt het dus ook met dat gevoel: in plaats van er een dosis positiviteit tegenaan te gooien, wat op korte termijn hoe dan ook een oplossing zal zijn, kun je beter écht aan dat gevoel gaan werken. En dat doe je niet door non-stop positief te blijven denken. Problemen kun je niet oplossen door ertegen te vechten – en in dit geval dus alsmaar positief te blijven denken. Nee hoor, laat die negatieve gevoelens er maar zijn. Laat ze bestaan en geef ze de ruimte. Je zult merken dat ze vanzelf minder zwaar worden. Dat je er best mee kunt dealen. Dat ze een plekje krijgen en dingen beter gaan. En kijk, dan ga je vanzelf de positieve kant op!

Wil je op de hoogte blijven? Volg ons ook op Instagram en Facebook.