Prikangst

In de naam der liefde overwon ik mijn prikangst

Mijn grote liefde ging een half jaar naar Brazilië en vroeg mij langs te komen. De eerste minuut was ik blij, tot ik besefte: er zijn vaccinaties nodig. Mijn nachtmerrie werd waarheid: ik moest mijn prikangst nu écht overwinnen. Er zullen weinigen zijn die lol beleven aan het halen van een vaccinatie of het afnemen van een paar buisjes bloed. Maar het hoort erbij. Ik word echter al panisch als ik dénk aan het halen van een prik, laat staan bloed laten afnemen.

Door de achteruitgang

Toen ik als klein kindje mijn vaccinaties moest halen was het verzoek aan mijn moeder om mij via de achteruitgang weg te sluizen eerder regel dan uitzondering. Mijn gekrijs en gehuil ging door merg, been en vooral: de deur waarachter andere jonge vaccinatie-gangers op hun beurt wachtten om deze – zo te horen – martelgang te ondergaan. In de jaren daarna werd bij doktersbezoek zo nu en dan bloedafname geopperd. Ik kwam niet verder dan een prikje in mijn vinger. Het verplicht halen van de baarmoederhalskanker-vaccinatie was ook geen pretje. Ik stroopte nachtenlang het internet af, op zoek naar bewijs dat er daadwerkelijk rattengif in de vaccinatie zat. Dan hoefde ik ‘m in ieder geval niet te halen.

Prikangst en nu?

Ook nu ging ik het internet op. Ik moest die prik halen, maar misschien kon het wat veraangenaamd worden. In ernstige gevallen leer je geprikt worden, op de prik-poli. Hier krijg je een rustgevend consult met een lachgasmasker. Dat zou wel lachen zijn (pun intended), ware het niet dat je €150,- moet aftikken. Voordeliger: over zo’n 5 á 10 jaar haal je je vaccinatie misschien wel met een vaccinatiepleister. Een pleister met honderden mini-naaldjes van nog geen millimeter lang. Beide opties waren voor mij niet weggelegd. Mijn liefde was over 5 jaar al lang en breed weer terug en ik was misschien wel bang maar niet zó rijk. Zeker niet na het afrekenen van een retourtje Sao Paulo. Prikken dus, ik wens namelijk niet doodziek dan wel – god verhoede – dood te retourneren. Dát zou pas zonde van de centen zijn.

Het moment suprême

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat mijn angst de daadwerkelijke pijn van de vaccinatie altijd ietwat overstemd heeft. Ik heb werkelijk waar géén idee hoe een prik voelt. Bij de GGD doe ik schietgebedjes en bedenk ik me dat ik liever een been af had laten zetten. Onder narcose dan, via een kapje, niet met een prik. Laat dat even duidelijk zijn.

PrikangstPrikangst

De martelaar – ook wel de verpleegkundige – maakt aanstalten om de eerste naald in mijn maagdelijke bovenarm te steken. Mijn vuisten schieten verkrampt samen. Ze prikt. Niks. NIKS. Ik voel NIKS. De tweede prik voel ik iets beter. Maar pijn? Nah. De behoefte om te janken en te krijsen? Nah. Opgetogen verlaat ik de behandelkamer. Het vaccinatieboekje dat ik heb meegekregen zou ik het liefst de hele dag om mijn nek dragen. En die pleistertjes mogen ook blijven zitten: kijk, ik heb zonder te huilen prikken gehaald!

Toen werd het zwart…

Het enige wat rest is de betaling. En dan, dan begint alles te suizen. Ik word draaierig, misselijk. Ik moet ruim HONDERD euro aftikken! Alles heb ik overleefd, maar nu – vlak voor de finish – denk ik dat ik van mijn stokje ga. Ik onderdruk de aandrang om te krijsen en huilen. Voer mij maar af via de achteruitgang.

…en kwam de beloning

Fan zal ik nooit worden en bloed afnemen is nog een stapje te ver. Maar achteraf zie ik dat het om een triviale angst ging, al die stress was niet nodig geweest. Laten we eerlijk zijn: alles verbleekt natuurlijk als je na maanden in de armen van je liefde loopt, in Sao Paulo nota bene.

Wil je op de hoogte blijven? Volg ons ook op Instagram en Facebook.