Jessie Darland

Beuken en geslagen worden: het voelt goed om in een mosh pit te staan

Je hebt twee soorten mensen: mensen die achterin genieten van de muziek, en mensen die zichzelf de vernieling in helpen in de chaos die de pit heet. Ik hoor bij die tweede. “Oprecht Marijn, wat is er nou zo leuk aan in elkaar geslagen worden op muziek?” Ik ben de tel kwijt van hoe vaak ik die vraag wel niet gesteld krijg. Ik luister namelijk naar schreeuwmuziek, meer lees je hier, en moshen hoort daar dus ook bij. Daarom ging ik op zoek naar de reden waarom het zo leuk is, persoonlijk en wetenschappelijk.

Ik luister dus ik mosh

Er is iets aan de mosh pits dat lokt. Wanneer ronkende gitaren, een brullende zanger en bonzende drums door de speakers klinken, doet dat iets met je. Het geeft je energie, het laat je krachtig voelen en wellicht ook een tikkeltje agressief. De muziek vult je lichaam met adrenaline en die moet ergens uit. Om je heen zijn er tientallen mannen en vrouwen waarbij dezelfde drift door hun aderen stroomt.

Moshen is dan ook niet iets wat je alleen doet, het is een groepsactiviteit op en top.

Dat maakt het voor mij zo mooi. Een groep mensen die alles geven wat ze hebben om alles even te vergeten en enkel kapot te gaan op de muziek. Geslagen worden doet dan ook geen pijn, als je valt word je door vijf man opgepakt, en crowd surfen voelt als vliegen. Op dat moment bestaat er niks anders dan de knallende muziek en de mensen om je heen. Pas naderhand merk je blauwe plekken, (veelal andermans) bloedvlekken en af en toe een gesneuveld t-shirt. Maar dit zijn enkel mooie herinneringen aan een avond waarbij je optimaal genoten hebt omdat je los kon laten en die geweldige band kon laten zien wat hun muziek met je doet.

Hoe zijn we begonnen met moshen?

Moshen begon eind jaren 70, in de Amerikaanse hardcore scene. Vervolgens verspreidde het zich naar andere vormen van punk en metal. Het wordt tegenwoordig zelfs gedaan bij hip hop en EDM concerten, maar dat is amper te vergelijken bij wat er in de ruwere pits komt kijken. Het is eerder duwen op muziek, wat eigenlijk niks is vergeleken met circle pits of wall of deaths. Moshen hoort bij de cultuur, maar hoe ontstaat zoiets dan? De wetenschap heeft er wellicht iets over te zeggen.

Zo wordt het veel vergelijken met een oorlogsdans. De zanger van metalband Ill Niño zegt dat moshen “de kunst van oorlog oefenen met je vrienden” is. Het zit in ons oermens. Paul Wertheimer, oprichter van veiligheidsbedrijf Crowd Management Strategies, wil zelfs nog wel dieper gaan in het sociologische aspect hiervan: “Het geeft een enorm gevoel van kameraadschap, los van het agressieve of gewelddadige.” Net als dat dat er in oorlogsomstandigheden in zekere zin is.

Veilig gevoel

Wellicht de meest doordachte verklaring is een die ik las van PhD student Gabby Riches van de Leeds Becket University: “Van buiten af lijkt het een gewelddadige, ongecontroleerde, mannelijke en gevaarlijke ruimte.”

Maar voor fans is het veilige, autonome en verwelkomende omgeving die zorgt voor een ‘ik-hoor-er-bij’-gevoel.

“Een omgeving waar fans zich maximaal kunnen uitdrukken en een connectie met de band en anderen kunnen koesteren.” Ze zegt dat moshen een manier is om actief deel te nemen aan de ruige ervaring van een live concert. Het is bijna alsof je onderdeel van de muziek bent.

Lees ook: Verslaafd zijn aan muziek: is dat een ding?

In de loop der jaren heeft een zekere groepsdruk en een soort ‘ontgroening’ de cultuur uiteraard flink verstevigd. Het hoort er inmiddels bij, en voor de gemiddelde hardcore/punk/metal fan moet je minstens een keer vol erin zijn gegaan.

Moraal van het verhaal? Moshen is tof en we moeten met z’n allen eens goed knallen. Het enige wat ik je mee wil geven is dat je iedereen respectvol behandelt. Ga niet boven de schouders vuisten zwaaien, karatekicks in het stilstaande publiek gooien of gericht slaan. Dan moet je wel bij hele specifieke hardcore concerten komen. Kom dus een keer langs dit jaar bij een leuk concertje en laat je helemaal gaan, staan er genoeg op de planning. Mag je me op m’n kop meppen, en ik vind het nog leuk ook.


Dit artikel werd al 69 keer gedeeld.