Unsplash

Heeft geld geven aan het goede doel nog wel zin?

Ongeveer een op de zes Nederlanders wantrouwt goede doelen. Om eerlijk te zijn geef ik zelf ook niets meer aan goede doelen, omdat ik er geen fijn gevoel bij heb dat een of andere corrupte regering in Afrika mijn gedoneerde geld zomaar opstrijkt. Ik denk dat ik niet de enige ben die dankzij deze reden niets meer geeft, maar zijn deze zorgen wel terecht?

Goede doelen zijn een miljardenbusiness

Er viel mij gelijk iets op toen ik me een beetje in dit onderwerp ging inlezen. In 2013 hebben de goede doelen gezamenlijk 4,4 miljard euro opgehaald. Best raar als je nagaat dat een op de zes Nederlanders goede doelen wantrouwt, toch? Het werd duidelijker toen ik las dat ‘maar’ 45% van huishoudens zelf komt en de rest gedoneerd wordt door bedrijven, loterijen en andere fondsen. Bedrijven mogen de giften aftrekken van de belasting, maken reclame voor hun bedrijf en komen positief in het nieuws door het steunen van een goed doel. Of ze de goede doelen echt steunen is nog maar de vraag. In sommige gevallen wordt het dus meer om financiële redenen gedaan. 

Internationale hulporganisaties

Mijn zorgen zijn vooral gericht op de grote hulporganisaties die zich bezighouden met het bestrijden van armoede. In deze derdewereldlanden is er vaak sprake van (overheids)corruptie en is het dus ook niet raar dat het geld in de portemonnee van de overheid verdwijnt in plaats van dat het bij de mensen terechtkomt die het echt nodig hebben. Bij stichtingen zoals het KiKa fonds geloof ik echt wel dat dit goed terechtkomt, dus daar gaat dit artikel ook niet zozeer over. Tenzij Mark Rutte ineens een inzinking krijgt en besluit alle donaties via zijn bankrekening te laten lopen.

Foto: PixabayFoto: Pixabay

Onderzoek levert ook niet veel op, want de een zegt dat het percentage wat goed besteed wordt 99 procent is, terwijl de ander beweert dat er ‘slechts’ 75 procent goed besteed wordt.

Lees ook: Dit is wat je moet weten over de hongersnood in Afrika

Wat is betrouwbaar?

Om te checken of goede doelen ‘hun werk doen’ zijn er bepaalde keurmerken. Bij het woord keurmerk laat ik meestal alle hoop op een antwoord al varen, want in veel gevallen roepen bedrijven zelf een kwaliteitskeurmerk uit en plakken die vervolgens op al hun producten. Anyway, met mijn vooroordelen teruggestopt in mijn zak ging ik ook hier weer op onderzoek uit en kwam twee termen tegen: ANBI en CBF. De ANBI-status is simpelweg een stempel op het goede doel. Alleen wanneer een instelling zich voor meer dan 90 procent inzet voor het algemeen nut, kan de instelling dit labeltje verkrijgen en staat het bekend als goed doel. Het CBF beoordeelt aan de andere kant de betrouwbaarheid van goede doelen.

Suggestie van de week: geef aan kleine goede doelen, die zijn vaak op kleine schaal effectiever omdat ze minder kosten kwijt zijn aan lonen, bijvoorbeeld.

Wat is dan ‘betrouwbaar’? Het CBF kijkt of de financiële administratie van het goede doel op orde is en of er geen schimmige dingen in dat verslag staan. Zijn die gegevens goed, dan ben je al betrouwbaar. Gek is alleen dat de cijfers niet op waarheid gecontroleerd worden, waardoor er alsnog mee gesjoemeld kan worden. Ze kijken puur of de jaarverslagen van de goede doelen op orde zijn, maar bekijken niet of de methode om het doel te bereiken juist is. Er reist ook geen CBF-medewerker mee naar Oeganda die ter plekke even kijkt of het geld niet besteed wordt aan luxe jachten. Waterdicht is het systeem dus niet echt. 

“Ik geef nooit meer geld”

Kijk, dat is dan ook weer een beetje drastisch. Je kunt controle op controle en keurmerk op keurmerk gooien, maar uiteindelijk is er gewoon ergens een punt waarop je niet alles kunt controleren. Ergens moet je stoppen en accepteren dat niet al het geld naar het echte doel gaat. Ja, er zijn directeuren die meer geven om zichzelf dan om mensen die drie uur moeten lopen voor water. Toch is het belangrijk om te weten dat de regering nu wel werkt aan strengere richtlijnen, waardoor (ja, echt) er meer vertrouwen in goede doelen moet komen. Die richtlijnen houden in: één universeel keurmerk en elk goed doel moet een website hebben met daarop financiële informatie en een verantwoording van de resultaten. 

Ook als er maar twintig procent naar het goede doel zou gaan, moet je blijven geven. Twintig procent van vijf miljoen is tenslotte meer dan twintig procent van een miljoen. Wellicht doe ik dan vanaf nu ook niet meer gelijk de deur dicht wanneer er iemand van Unicef voor m’n deur staat.