5 dingen die je leert van op jezelf gaan wonen

Als we op onszelf gaan wonen denken we vaak alleen maar aan al die dingen die we vanaf nu ‘lekker zelf’ kunnen bepalen. Je kan later thuiskomen na een avondje stappen, als je wil ontbijten met pizza oordeelt niemand en als jij langer dan een week geen was wil doen is er niemand die daarover klaagt. Kortom, je kunt je dagen compleet invullen zoals jij wil. Het is een walhalla op jezelf wonen, zeker, maar toch heb ik een aantal dingen geleerd die ik in het begin zwaar onderschat had. Een paar voorbeelden die of zwaar herkenbaar zijn, of je helpen om beter voorbereid op jezelf te gaan wonen.

1. Eigen mening telt
Je hoeft je nooit druk te maken om andermans mening, behalve die van jezelf. Natuurlijk moet je wel rekening houden met je huisgenoten, als je die hebt, maar zij gaan echt niet oordelen op hoe jij kookt, wat je eet of hoe laat jij thuis komt. Ik vond het heerlijk dat ik altijd zelf kan bepalen wat ik eet. Vroeger aten wij thuis vaak aardappels, groente en vlees. Nu vind ik het heerlijk om van alle keukens wat te eten: Italiaans, Mexicaans, Spaans, ik kan het allemaal proberen.

2. Onafhankelijkheid
Je wordt financieel onafhankelijk. Je betaalt je eigen boodschappen, gas, water en licht en zelfs je internet en televisie. Cliché: “Je leert pas hoe duur het leven is als je alles zelf moet betalen.” Deze klopt 100%. Ik had geen flauw idee dat eten voor jezelf kopen zo duur kon zijn. Toch moet je ook gezond en gevarieerd eten binnen krijgen, dus dan zit je al snel op aardig wat kosten. Nog iets waarvan ik niet wist dat het zo duur was: wasmiddel (ha!) en wc-papier.

Lees ook: De voordelen van tegen jezelf praten

3. Ziek zijn
Ziek zijn is echt niks aan als je op jezelf woont, mits je hele lieve huisgenoten hebt die voor je zorgen (huisgenoten hebben overigens nog veel meer voordelen). Als jij een buikgriep hebt, zit je er echt niet op te wachten om naar de supermarkt te gaan om eten en drinken te halen waar je niet van over hoeft te geven. Je wil op de bank liggen, films kijken, slapen en af en toe wat eten en drinken op schoot krijgen. Nu zal je toch echt alles zelf moeten doen. Niks aan, dus dus stiekem is het fijn om jezelf naar het thuisfront te verplaatsen voor wat vertroeteling. There’s no place like home. En die kippensoep van je moeder is toch echt het beste medicijn!

4. Schoonmaken
Ik heb geen vaatwasser en die had ik bij mijn ouders wel. Dat is pas een anticlimax als je op jezelf gaat kan ik je vertellen. Elk bord waar je van eet en elk glas waar je uit drinkt stapelt snel op tot een aanrecht vol afwas. Vooral als je met huisgenoten woont, dan is de keuken snel een rotzooi. Dit is bij ons ook het geval. Eén van de huishoudtaken, maar daar houdt het niet op. Je moet ook nog je kleding en beddengoed wassen, stofzuigen, de wc en douche poetsen, kortom: het huis schoon houden. En dat iedere paar weken weer opnieuw. Wedden dat jij denkt “Mam, ik mis je! Niemand leest waslabels zo goed als jij”, wanneer je weer vervormde kledingstukken uit de wasmachine haalt.

5. Gezelligheid
Als je thuis woont hoop je soms vast wel eens dat je zo snel mogelijk het huis van je ouders kunt verlaten. Je ergert je aan je moeder die vindt dat je moet opruimen. Zo was die van mij altijd vroeg wakker ’s ochtends en ging terwijl ik sliep schone was in mijn kast leggen en stofzuiggen. Toen vond ik dat verschrikkelijk, maar lag mijn was nu maar schoon in de kast als ik wakker werd! Of je ergert je aan je vader die vraagt of je in de tuin wil helpen of met het ophangen van een lampje. Nu heb ik spijt dat ik niet wat vaker heb meegekeken, want ik moest veel online speurwerk doen voor ik wist wat ik moest toen als de stroom uitviel of toen mijn band geplakt moest worden.

Woon jij al op jezelf? Zo ja, wat zijn dingen waar jij tegen aan loopt of juist zo heerlijk vindt aan het op jezelf wonen?

Lees ook: 12x waarom iedereen een tijdje in het buitenland zou moeten wonen

Wil je op de hoogte blijven? Volg ons ook op Instagram en Facebook.