Foto: Unsplash

Wanneer wordt binge-eten écht een probleem?

In één keer een hele zak winegums opeten en handen vol suikerpinda’s in je mond proppen. Binnen nog geen tien minuten, zonder dat je het door hebt, een chocoladereep naar binnen schuiven, én een rol biscuitjes. Eens in de zoveel tijd is dat helemaal oké. Maar wat als je dat veel te vaak doet? Nou, dan ben je misschien wel een binge-eter. Dat is iedereen weleens, maar wanneer wordt het écht een probleem? En waaraan merk je dat dan? Ik zocht het uit.

Belangrijk dingetje: binge-eten doe je nooit zomaar. Het heeft altijd wel een reden. Het kan te maken hebben met de kick die je ervan krijgt. Een kick, ja. Dat heeft op zijn beurt weer te maken met dopamine: het stofje dat je hersenen aanmaken op het moment dat jij iets lekkers in je mond stopt. Het zorgt ervoor dat je je voor even superlekker voelt – je krijgt een soort shotje geluk – en dat werkt verslavend. En precies dát is ook het gevaarlijke eraan. Want dan ga je dus meer en meer eten, om dat lekkere gevoel opnieuw te kunnen voelen.

Belangrijke trigger

Het kan ook iets psychologisch zijn – misschien heb je wel veel last van stress, of een winterdipje, of slaap je heel onrustig. Niet lekker in je vel zitten is hoe dan ook een belangrijke trigger om te beginnen met bing-eten. Het is dan een manier om die gevoelens even aan de kant te zetten.

Dat laatste herken je misschien vast wel: je voelt je ellendig omdat het net uit is met je vriend / je een belangrijke presentatie hebt gefaald / je je zorgen maakt over dat tentamen van volgende week. En voordat je het zelf echt in de gaten hebt zit die hele zak met chips al ín je buik. Voor een keertje is daar niets mis mee. Het wordt een ander verhaal als je het vaker gaat doen, zonder dat je het echt in de gaten hebt. En je de controle helemaal kwijt bent over wat je in je mond stopt. Een echte binge-eter weet niet waneer-ie echt honger heeft en gaat dus oneindig door.

Tips om binge-eten voor te zijn:

  • Verdiep je eens in mindful eten. Klínkt misschien een beetje suf, maar dat is het helemaal niet. Als je mindful eet, betekent dat niets meer dan dat je niet in standje automatische piloot eten in je mond stopt. Het is wel een beetje wennen, dat moet ik eerlijk toegeven. Je eet zonder afleiding, neemt kleinere happen, eet iets langzamer, kauwt, proeft én neemt af en toe een pauze.
  • Probeer jij al-tijd gezond te eten en laat je dingen met suiker en vet eigenlijk standaard staan? Werkt niet. Hoe vaker je tegen jezelf gaat zeggen dat je niets niet mag, hoe meer je ernaar gaat verlangen. En áls je dan een keer toegeeft, tja: dan eet je [vul zelf maar in] in één keer op. Zorg dus ook voor een cheat day. Op die dag kun je dan ook ongezondere dingen eten – maar ga niet helemáál los.
  • Sla niet zomaar je ontbijt over, probeer je lunch en avondeten niet te verwaarlozen en skip dat tussendoortje aan het einde van je werkdag liever ook niet. Als je te weinig eet, is het logisch dat je lichaam sneller naar eten gaat verlangen. En ligt binge-eten dus wat meer op de loer; je grijpt sneller naar (onnodige) snacks. Goed – genoeg én regelmatig – eten dus.
  • Als je het gevoel hebt dat er een vreetbui aan zit te komen: drink! En dan het allerliefst water, natuurlijk. Ja, echt, dat kan soms helpen. Want wist je dat je hoofd trek weleens verwart met dorst? 
  • Gebruik eten niet teveel als beloning. Een dikke reep chocolade in je mandje stoppen in de supermarkt na een hectische week op je werk? Niet doen, dus. Focus niet op eten maar beloon jezelf lekker met andere dingen. Een leuke avond met vrienden op het terras, een tijdschriftje, een uitgebreid bad mét bruisbal… 
  • En voel je toch de behoefte om te binge-eten opborrelen? Ga dan op zoek naar slimmere (lees: gezondere) alternatieven. Vervang die zak met M&M’s door een bak met druiven – of ander lievelingsfruit waar je veel van kunt eten. Of ongezouten nootjes zonder chocoladelaagje, dat is ook al een vooruitgang. 
Wil je op de hoogte blijven? Volg ons ook op Instagram en Facebook.