Foto: Pixabay

Zes valkuilen voor vegetariërs

Je wist het zeker: jij wilde vegetariër worden. Daarom eet je al drie maanden lang stellig slappe tosti’s zonder ham en kleffe kaassoufflés bij de friet. En driedubbel zo dure balletjes van nepgehakt. Het smáákt er niet eens naar. Ik ben trots op je, want zelf houd ik bovenstaande niet langer dan een week vol. Maar ik vind de gedachte dat je, zonder dat je het in de gaten hebt, nog steeds dieren opeet ergens ook wel sneu. Want ja, echt, de kans dat je dat doet is erg groot. Ze zitten verstopt in heel veel producten. Dus lieve vegetariër, check even het etiket voordat je onderstaande dingen in je mond stopt. 

1. Snoep

Winegums, zure matten, kauwgom, drop, pepermunt: jij wilt het allemaal. Minder leuk nieuws: in al die snoepjes zit gelatine. Vaak maar een klein beetje, bedoeld om de boel bij elkaar te houden of het snoepje te laten glimmen. Maar ja: ook in dat kleine beetje zit bot van varkens en koeien. Ook voor mij, als fanatieke vleeseter, best een vies idee, overigens. Maar als je het heel serieus neemt is het een absolute not-done om als vegetariër gelatine te eten. Toch? In dat geval valt snoep naar binnen werken ook af. De ultieme redding van de vegetariër: snoep zonder gelatine. Staat vaak zelfs heel groot op de verpakking. Twijfel je? Speur, als je tijd hebt, even door de oneindig lange lijst met E-nummers op de achterkant. Spot je een nummer dat tussen de 470 en E495 zit, laat het dan liggen. Oh, en: als je vanaf nu langer de tijd wilt nemen om snoep uit te kiezen, kijk ook eens op de achterkant van dat pak vruchtensap, de verpakking van dat puddinkje of taartje of dat kuipje halvarine. Er bestaat een kans dat ook daar gelatine in zit. Sorry. 

2. Limonade

Geheim ingrediënt van jouw favoriete goedkope aardbeiensiroop: karmijn. Zegt dat je niets? Het is een stofje dat het kleverige goedje mooi chemisch rood of roze kleurt. Belangrijk detail: je maakt het van de cochenilleluis, een soort die op cactussen leeft. Op de vrouwtjesluis zit rode kleurstof, en die wordt daarom op grote schaal van cactussen afgeschraapt en geplet. Uiteindelijk komen ze in jouw drankje terecht. Luizen pletten:probeer er maar eens een voorstelling van de te maken in je hoofd. Ik hoef even geen siroop meer. Ook in roze koeken, vruchtenhagel, fruitmelk, muisjes vind je de luizen. Check het maar: E120 staat hoe dan ook op de ingrediëntenlijst. Gelukkig voor de die hard vegetariër bestaan er ook rode kleurstoffen die wel natuurlijk zijn: de biet, bijvoorbeeld. Die kleurstof wordt gebuikt voor topje van een raketje.

3. Kroepoek en sambal

In kroepoek oedang, jouw lievelingskroepoek uit de super, zit meel van fijngemalen, gedroogde garnalen. Als vegetariër laat je als het goed is ook vis staan, en dus zit je opgescheept met een plantaardige kroepoek: cassave. Hoera! Nee, niet dus. Want de echte kroepoekstructuur mist, en de smaak is ook minder. En nu we het toch over Aziatisch eten hebben: in sambal zit trassi, een Indische smaakmaker. En raad eens? Dat maak je ook van garnalen. Niet echt 100% vegatarisch dus.

4. Kaas

Net nu je gewend bent aan die slappe tosti met kaas heb ik slecht nieuws voor je: in kaas zit ook dier. En is dus niet per se beter dan ham. Hoe zit dat? Nou, om kaas te maken heb je stremsel nodig: een enzym uit de maag van een kalf. Het zorgt ervoor dat de melk dikker wordt en uiteindelijk verandert in kaas. Het allerergste is: eigenlijk alle supermarktkazen (behalve de bio-kaas) worden gemaakt met stremsel. Als arme student zul je, als je honderd procent wilt vegetariër wilt zijn, naar de kaaswinkel moeten. Daar koop je ook kazen gemaakt met stremsel van algen. Om je op te beuren: daar proef je niets van.

5. Saus

Je bent er compleet verslaafd aan en slurpt er minstens één pakje per week van naar binnen: instant noodles. Maar ook in die met groentesmaak zit inosinezuur: een smaakstof uit vlees of sardines die ervoor zorgt dat er minder zout aan toegevoegd hoeft te worden. Je herkent de stof aan het E-nummer 630. Dat nummer staat overigens ook op saus en veel andere kant-en-klaarproducten – denk aan, soep uit blik, zoutjes en chips. Fijn voor de vegetariërs: inosinezuur kan ook op een natuurlijke manier worden geproduceerd, van casave, bijvoorbeeld. Steeds meer grote bedrijven doen dat.

6. Wijn

Ik hoor het je denken: maar wijn maak je toch van druiven? Uhu, wijn is van zichzelf plantaardig, maar het stofje dat wordt gebruikt om de wijn wat helderder te maken – de druivenschillen eruit te filteren – is dat allesbehalve. En maakt dat wijn tóch in dit lijstje staat. Dat helder maken (klaren, heet het) doe je namelijk met visslijm. En dat wordt gemaakt van, jawel, vis. Een lekker goedkoop goedje waarvan de eiwitten zich bovenal supersnel binden aan die stukjes druivenschil. Die deeltjes zakken dan naar de bodem en zijn er dan makkelijker uit te vissen. Domper voor de vegetariër: wijnproducten zijn niet verplicht om te vermelden dat ze visslijm hebben gebruikt. Dat doen ze dus ook niet. Gelukkig zijn er steeds meer wijnen geklaard met plantaardige eiwitten. Op die flessen spot je dan een vegan friendly-sticker.


Dit artikel werd al 68 keer gedeeld.