Pixabay

We willen beter onderwijs, maar geven leraren niet de beloning die ze verdienen

Als er één baan belangrijk is voor de toekomst, dan is dat die van de leraar wel. Leraren vormen een kind de eerste zestien jaar en moeten hem of haar de algemene kennis bijbrengen die door de maatschappij verwacht wordt. Nu worden ze echter overrompeld met administratie en taken die ouders op zich zouden moeten nemen. Daar komt bij dat het basisonderwijs vaak niet eens goede, gekwalificeerde leraren heeft. Sander Dekker, het wordt tijd voor beter onderwijs. Te beginnen met het verhogen van het salaris.

De cultuur in het onderwijs

Ooit was het een baan die veel autoriteit en status gaf. Werd je leraar, dan was je goed opgeleid, had je aanzien en een mooie baan voor het leven. Maar de afgelopen jaren hebben de leraren te maken gehad met de meeste burn-outs, opstandige ouders en mondige kinderen. Kinderen onderwijzen is niet alleen maar autoriteit uitstralen, maar het vergt een echte passie voor de ontwikkeling van kinderen. En elk kind is anders. Misschien was dit ook al zo in 1980, maar blijkbaar was het toen nog niet noodzakelijk.

Naar school gaan moet dus voor elk kind passend gemaakt worden, en leraren moeten ook elk kind begrijpen. Dat kan niet iedereen, en het talent is dan ook moeilijk te vinden. In plaats van te investeren in het beste onderwijs, de beste leraren en de beste voorzieningen, bezuinigt minister Dekker er nog steeds op los. Het hoort niet te mogen. Onderwijs legt de basis voor een heel land: geen onderwijs is geen vak leren; geen vak leren is geen werk en geen werk is geen inkomen. En laat inkomen nu net eens dat goedje zijn waar onze economie op draait.

Foto: Flickr/Brad FlickingerFoto: Flickr/Brad Flickinger

Het salaris is dus momenteel heel laag in vergelijking met andere beroepsgroepen. Van 2010 tot 2014 waren de lonen zelfs bevroren. Waarom zou je dan in godsnaam als afgestudeerd econoom het (basis)onderwijs ingaan? Je kunt bij een bank toch twee keer zoveel verdienen. Geld is misschien niet het belangrijkste, maar blijft wel belangrijk. Ken je de uitspraak: “When you pay peanuts, you get monkeys“? Het betekent iets als: je krijgt waarvoor je betaalt. Ik wil niet zeggen dat alle leraren en leraressen slecht zijn en hun werk niet goed doen. Maar wat wel gezegd mag worden, is dat er procentueel steeds minder docenten komen die de leerlingen kennen in plaats van puur kennis over de stof die ze onderwijzen. Dat is een hele kwalijke zaak, de Nederlandse economie kan namelijk alleen bestaan door onze kennis.

Lees ook: Lieve bazen, 1 op de 7 krijgt last van burn-out verschijnselen: moet er niet iets veranderen?

Waarom is het onderwijs zo benadeeld?

Na de crisis van 2008 moest er fors bezuinigd worden op alles dat geen levens zou kosten. Het onderwijs was een van de forse bezuinigingspunten van de overheid. Er moesten grotere klassen komen met minder leraren en leraressen voor de klas. Dat scheelde de overheid veel aan salarissen. Eigenlijk is dit al meerdere malen gebeurd (rond 2000 bijvoorbeeld) en kun je stellen dat het onderwijs bij bezuinigingen altijd wel aan de beurt komt. Bedenk nog maar iets waar de overheid op kan bezuinigen, zonder dat het direct een grote impact heeft. Moeilijk hè?

Arbeidsmarkteconoom Frank Cörvers zegt ook: “Keer op keer zijn investeringen in het lerarensalaris tenietgedaan door die salarissen in tijden van crisis te bevriezen”. Het is makkelijk en bespaart veel, althans, zo lijkt het. Bovendien is het onderwijs van de overheid en kan die bepalen wat hij of zij met jou doet. Bij bedrijven ligt dit toch anders.

Ik ben mijn leraar Duits nog steeds dankbaar dat hij wél iets in mij zag.

Lees ook: Het inkomen van werkende 20’ers is gedaald: zo check je of jij genoeg verdient

Wat moet Dekker doen?

Natuurlijk laat ik het makkelijker lijken dan het in werkelijkheid is. Sander Dekker heeft voor moeilijke beslissingen gestaan en heeft vast niet roekeloos besloten dat het onderwijs moest bezuinigen. Echter, nu we weer in een nieuwe economische ‘flow’ zitten zou het wat mij betreft wat meer mogen. Gooi zoals D66 en PvdA meer geld in het onderwijs, want die leerlingen hebben de toekomst. Meer geld betekent betere voorzieningen, meegaan met de tijd en hoofdzakelijk betere docenten. Die zorgen voor meer rust in de klas, laten kinderen ontwikkelen in de vakken waar zij het best in zijn en zorgen zo voor gemotiveerde leerlingen.

Misschien wel de belangrijkste reden voor een hoger salaris is dat er door een salarisverhoging waarschijnlijk eindelijk weer een diverse lading aan pabo-studenten komt. Dit jaar alleen al is er een tekort van 600 middelbare schoolleraren en als het zo doorgaat zijn dat er over twee jaar 800. Bij een salarisverhoging zullen meer (toekomstige) studenten aan de pabo denken als echte opleiding. Nu heerst vooral deze gedachte onder studenten: “docent zijn is wel leuk, maar het betaalt gewoon erg slecht.” Op dit moment zitten er een stuk meer vrouwen in het onderwijs, maar een hoger salaris zal ook meer mannen aantrekken. En zo wordt het onderwijs ook nog eens diverser.

Het kan en mag dus niet dat de toekomst van een leerling bepaald wordt door de tekortkomingen van de overheid. Onderwijs zou een vast budget moeten krijgen, ongeacht de economische situatie. Juist zo houd je het onderwijs gezond en vernieuwend. Als Bill Gates het kan, kunt u het ook, heer Dekker.

Uitgelicht