Zussen: waarom ze nu wél leuk zijn

Als je een zus hebt, ben je een gelukkig mens. Althans, nu dan. De meeste zussen waren in je jeugd de personificatie van ellende. Maar een zus is als een vlinder, op miraculeuze wijze ontpopt zo’n vrouwmensje zich van een kopiërende alles-eter tot een onafhankelijke vlinder. Misschien was je even vergeten hoe ze was, al die leuke eigenschappen vinden hun oorsprong in herkenbare irritaties…

  1. Ze wou altijd mee doen versus ze wil altijd mee doen

Toen: sprak jij met je vriendinnen af om een middagje de barbies te spelen, stond je zus binnen 5 minuten aan je deur om mee te doen. Daar had jij als onafhankelijk-wordende natuurlijk geen trek in. Alles werd uit de kast gehaald om haar buiten te houden: wegrennen, deur op slot of liegen over je whereabouts.

Nu: waar je ook heen wilt, welk luguber feestje of sullige markt je ook wilt bezoeken: je zus gaat wel mee. En omdat jullie elkaar door-en-door kennen en dezelfde humor hebben, is het óveral leuk waar je met haar bent.

  1. Ze had je altijd in de gaten versus ze heeft je altijd in de gaten

Toen: je hoefde maar één teen over haar deurdrempel te zetten of ze schreeuwde al moord en brand. Stiekem het huis in of uit komen was ook niet aan de orde, je zus trok een sprintje à la Road Runner en verklikte je al: “Mamaaaa…”

Nu: zit je niet lekker in je vel en heb je een knuffel nodig of een luisterend oor? Je zus heeft het al door voordat jij het überhaupt bij jezelf hebt opmerkt. Zij kent je door en door en weet daardoor precies welke cryptische boodschappen achter de toon van je stem en zelf je Whatsapp’jes schuilt gaat.

  1. Ze had dezelfde maat versus ze heeft dezelfde maat

Toen: als je niet teveel in leeftijd verschilt, is de kans groot dat je zus en jij dezelfde kleren aan konden. En dan wil zij altijd precies hetzelfde aan als jij en vind je je favoriete broek als een stuk vuil terug op de vloer van haar kamer. Op de dag van de schoolfoto is het al helemaal oorlog: vechten om ‘jullie’ mooiste shirt.

Nu: ergens in de afgelopen jaren heeft je zus stijl ontwikkeld en grasduin jij naar hartenlust in haar collectie. Zo lijkt het alsof je voor ieder feestje een nieuwe outfit gekocht hebt. Girl, u spendin’!

  1. Ze was er altijd versus ze is er altijd

Toen: je zus is eigenlijk je eerste huisgenoot, maar dan een van de meest intense soort. Je woonde niet alleen met haar, je was ook verplicht om gezamenlijk naar familiedagen te gaan, zat bij elkaar op school en at vrijwel iedere maaltijd met haar. Dat kan vervelend zijn als je haar bloed eigenlijk wel kan drinken.

Nu: vrienden komen, vrienden gaan. Door verschillende studies en woonplaatsen of omdat je uit elkaar groeit. Aan je zus zit je daarentegen voor altijd vast, in de goede zin van het woord. Geen afstand is te ver. Ook al studeert de één Keltische talen en cultuur in Groningen en is de ander bezig met geodesie in Limburg, jullie vinden elkaar wel.

  1. De oudste kreeg de schuld versus de oudste krijgt de schuld

Toen: als oudere zus ben je geboren in de voorbeeldrol voor je zus. Jij kreeg altijd de schuld omdat jij als ‘oudste en wijze’ zus wel beter zou moeten weten, ook als je 8 bent. Daarnaast ging jij menig strijd aan met je ouders over latere bedtijden en zakgeldverhoging. Je zusje plukt onbekommerd de vruchten van de vrijheden die jij verworven hebt.

Nu: een shout-out naar de Nederlandse wet: vanaf 18 is iedereen volwassen en vanaf je 21ste ook nog eens onafhankelijk. Bij het bereiken van deze leeftijd is je zusje dus in gelijke mate aansprakelijk voor (domme) keuzes. Dus gaan jullie nu samen op boeven-pad, zonder het risico dat jou alle blaam treft.

Sister is probably the most competitive relationship within the family, but once the sisters are grown, it becomes the strongest relationship. – Maraget Mead (antropologe)


Dit artikel werd al 70 keer gedeeld.